06.09.2018

Aansprakelijkheid van bestuurders bij faillissement

De regels inzake aansprakelijkheid van bestuurders bij faillissement staan ingeschreven in het Wetboek van Economisch recht, boek XX ‘insolventie van ondernemingen’.

Met de invoering van het nieuwe ‘ondernemersbegrip’ worden voortaan niet alleen ‘handelaars’ geviseerd maar ook VZW’s, vrij beroepers, landbouwers en burgerlijke vennootschappen.

Bijkomend werd het toepassingsgebied verruimd zodat niet alleen ‘bestuurders’ in de strikte zin  maar ook dagelijks bestuurders, leden van een directieraad of van een raad van toezicht en feitelijke bestuurders kunnen aangesproken worden in geval van faillissement van een onderneming.

De wet voorziet volgende aansprakelijkheidsgronden :

1) Aansprakelijkheid voor kennelijk grove fout (art. XX.225)
Indien bij faillissement de schulden de baten overtreffen kunnen bestuurders, zaakvoerders, dagelijks bestuurders, leden directieraad en raad van toezicht, feitelijke bestuurders, hoofdelijk aansprakelijk verklaard worden voor de schulden van de onderneming, ten belope van het tekort, indien vaststaat dat een door hen begane kennelijke grove fout heeft bijgedragen tot het faillissement.
Iedere vorm van ernstige fiscale fraude wordt in elk geval beschouwd als een kennelijk grove fout.
Deze aansprakelijkheidsgrond  is niet van toepassing op ‘kleine’ ondernemingen (omzet minder dan € 620.000 over  laatste 3 boekjaren en balanstotaal niet hoger dan € 370.000) en op VZW’s, IVZW’s en stichtingen die een vereenvoudigde boekhouding voeren.

2) Aansprakelijkheid voor achterstallige sociale bijdragen (art. XX.225)
Bestuurders, zaakvoerders, dagelijks bestuurders, leden directieraad en raad van toezicht, feitelijke bestuurders, kunnen op vordering van de RSZ, persoonlijk en hoofdelijk aansprakelijk gesteld worden voor verschuldigde sociale bijdragen indien zij in de 5 jaar voorafgaand aan de faillietverklaring betrokken zijn geweest bij 2 faillissementen.

3) Nieuw : aansprakelijkheid voor “wrongfull trading” (art. XX. 227)
Huidige of gewezen bestuurders, zaakvoerders, dagelijks bestuurders, leden van directieraad of raad van toezicht, feitelijke bestuurders kunnen persoonlijk en hoofdelijk aansprakelijk gesteld worden voor de schulden van de onderneming ten belope van het tekort indien 1) hij wist of behoorde te weten dat er kennelijk geen redelijk vooruitzicht was om de onderneming of haar activiteiten te behouden en een faillissement te vermijden, 2) hij op dat ogenblik één van de hiervoor vermelde hoedanigheid had en 3) hij niet heeft gehandeld als een normaal en zorgvuldig bestuurder in dezelfde omstandigheden.
Deze aansprakelijkheidsgrond is niet van toepassing op VZW, IVZW of stichting die een vereenvoudigde boekhouding voert. 

Petra Vanhuysse