31.08.2018

Gehuwd of ongehuwd een woonhuis aankopen?

Meer en meer mensen huwen op latere leeftijd. De kans is dan ook groot dat de echtgenoten reeds vóór hun huwelijk een vermogen hebben opgebouwd. In het bijzonder komt het vaak voor dat een koppel een woning aankoopt tijdens de samenwoning en pas later trouwt. Het onroerend goed maakt dan deel uit van een onverdeeldheid tussen hen beiden maar zal niet automatisch tot de huwgemeenschap behoren.

Wanneer echtgenoten echter een woning aankopen tijdens hun huwelijk, valt dit onroerend goed automatisch in de huwgemeenschap (indien gehuwd onder het wettelijk stelsel).

Of de woning deel uitmaakt van een onverdeeldheid of een huwgemeenschap heeft belangrijke gevolgen, zeker wanneer er kinderen zijn. Wanneer een onroerend goed tot het gemeenschappelijk vermogen behoort, kunnen er namelijk diverse bijzondere regelingen worden voorzien ter bescherming van de langstlevende partner (vb. keuzebeding). Gehuwd of ongehuwd een woonhuis aankopen maakt dus wel degelijk een verschil!

Modaliteiten inbreng
Niet enkel gezamenlijk opgebouwd vermogen maar ook vermogen van één van de echtgenoten kan worden ingebracht. Denk maar aan een perceel bouwgrond van één van de echtgenoten waarop zal worden gebouwd met gemeenschappelijke gelden.

Aan deze eenzijdige inbreng kunnen diverse modaliteiten worden gekoppeld, zo bijvoorbeeld een recht van terugname bij echtscheiding. Het spreekt voor zich dat de redactie van uw huwelijkscontract op dat punt zeer aandachtig moet bekeken worden.

Nieuw vanaf 1 september 2018: de “anticipatieve inbreng”
Wanneer samenwoners later huwen heeft dit uiteraard tot gevolg dat zij tweemaal bij de notaris moeten “passeren” (één keer voor de aankoopakte en één keer voor het huwelijkscontract). Dit heeft natuurlijk zijn kostprijs.

De wet tot hervorming van het huwelijksvermogensrecht, gepubliceerd op 22 juli 2018 in het Belgisch Staatsblad en die in werking treedt op 1 september 2018, komt hieraan tegemoet door de mogelijkheid te voorzien van een “anticipatieve inbreng”.

De anticipatieve inbreng is mogelijk bij elke gezamenlijke verkrijging in onverdeeldheid door partners van de volle eigendom van een onroerend goed waarin zij gelijk gerechtigd zijn (dus elk voor 50 %). In de aankoopakte van het eigendom wordt deze inbreng dan opgenomen. Uiteraard zal deze voorafgaande inbreng pas uitwerking hebben als men nadien in het huwelijk treedt en als het goed nog in natura aanwezig is. Bovendien kunnen de partners er ook nog steeds voor kiezen om de inbreng niet te laten doorgaan door dit uitdrukkelijk te voorzien in een huwelijkscontract.

Wat betreft de schulden die werden aangegaan voor het verkrijgen of het verbeteren van het onroerend goed, wordt het openstaand saldo automatisch mee ingebracht, tenzij de partners hiervan uitdrukkelijk afwijken.

Nele Loosvelt