02.04.2019

Nieuw vennootschapsrecht: welke verplichtingen vanaf 1 mei 2019?

Op 28 februari 2019 werd het wetsvoorstel tot invoering van een nieuw wetboek van vennootschappen en verenigingen goedgekeurd. De nieuwe wet treedt in werking vanaf 1 mei 2019.

Algemeen
De belangrijkste doelstellingen van het nieuw vennootschapsrecht zijn vereenvoudiging en een verregaande flexibilisering. Zo wordt het aantal rechtsvormen drastisch ingeperkt, het kapitaalconcept in de BVBA wordt afgeschaft, talrijke procedures worden eenvoudiger of formaliteiten worden afgeschaft. Daarnaast is er ook meer ruimte voor contractuele vrijheid: er zijn minder dwingende of verplichte regels, waardoor de statuten nog meer op maat kunnen worden gemaakt.

Men kan voortaan enkel kiezen tussen de volgende rechtsvormen:
- de maatschap, die tevens de vorm van een commanditaire vennootschap (CommV) of vennootschap onder firma (VOF) kan aannemen;
- de besloten vennootschap (BV) komt in de plaats van de BVBA;
- de naamloze vennootschap (NV) (voorbehouden voor grote vennootschappen);
- de coöperatieve vennootschap (CV) (voorbehouden voor coöperatief gedachtegoed).

Bijgevolg worden de andere rechtsvormen (bijv. commanditaire vennootschap op aandelen, landbouwvennootschap, …) afgeschaft.

Nieuw op te richten vennootschappen
Vanaf 1 mei 2019 kunnen énkel nog de voormelde vennootschapsvormen worden opgericht.

Wat betekent dit voor de bestaande vennootschappen?
Voor bestaande vennootschappen treedt de wetgeving in werking op 1 januari 2020. Alle dwingende bepalingen worden vanaf dat ogenblik van toepassing, ook als de statuten nog niet werden aangepast. Onder andere de volgende regels zijn dwingend:
- gebruik van de juiste benamingen en afkortingen;
- omwille van de afschaffing van het kapitaal in een BV moet een winstuitkering aan nieuwe eisen voldoen alsook werd de alarmbelprocedure aangepast – het bestaand kapitaal wordt in een ‘onbeschikbare’ reserve omgezet;
- nieuwe belangenconflictprocedure.

Andere niet dwingende bepalingen worden eveneens van toepassing, in zoverre dit niet door de statuten is uitgesloten. Bestaande statuten blijven dus gelden zolang deze niet zijn aangepast en voor zover deze niet in strijd zijn met dwingende bepalingen.

Elke vennootschap kan echter beslissen om zich vóór 1 januari 2020 vrijwillig aan het nieuwe wetboek te onderwerpen (de zogenaamde “opt-in”) door de statuten aan te passen.

Wie hiervoor niet kiest, moet bij de eerstvolgende statutenwijziging na 1 januari 2020 de statuten aanpassen aan het nieuwe wetboek. Elke vennootschap is sowieso verplicht de statuten te laten aanpassen aan de nieuwe wetgeving tegen uiterlijk 1 januari 2024, op straffe van bestuurdersaansprakelijkheid.

De afgeschafte rechtsvormen behouden hun huidig regime totdat ze zijn omgezet. Indien dit niet gebeurd is tegen 1 januari 2024 dan is er een omzetting van rechtswege. Bij omzetting van rechtswege, moet er binnen een termijn van 6 maanden na 1 januari 2024 een algemene vergadering worden bijeenroepen om de statuten te wijzigen, op straffe van bestuurdersaansprakelijkheid.

Wat met verenigingen en stichtingen?
Het wetgevend kader voor verenigingen en stichtingen wordt op een gelijkaardige manier aangepast. Bovendien krijgen de VZW’s een nieuwe definitie toebedeeld: zij mogen voortaan onbeperkt commerciële activiteiten uitoefenen en winst genereren. Het blijft wel nog altijd verboden om winstuitkeringen te doen aan de leden.

Voor de verenigingen en stichtingen gelden dezelfde termijnen van inwerkingtreding als hierboven vermeld. VZW’s en IVZW’s die hun statutaire activiteiten niet zouden hebben gewijzigd vóór 1 januari 2029 mogen enkel de activiteiten uitoefenen volgens de huidige wettelijke definitie (nl. verbod om handels-en nijverheidszaken te drijven). Het verbod om andere activiteiten uit te oefenen vervalt op 1 januari 2029.