16.03.2015

Zelfstandige, bescherm uw gezinswoning tegen beroepsschulden

Elke zelfstandige (eenmanszaak, zaakvoerder/bestuurder van een vennootschap, in hoofdberoep of in bijberoep, zelfs zelfstandigen actief na pensionering) kan voor de notaris een verklaring afleggen waardoor de gezinswoning niet langer vatbaar is voor beslag wegens beroepsschulden. Dit evenwel onder een aantal voorwaarden en beperkingen.

Vooreerst biedt de Wet van 25 april 2007 (zoals gewijzigd door de Wet van 6 mei 2009 en de Weet van 15 januari 2014) enkel bescherming van de woning waarvan de zelfstandige natuurlijke persoon eigenaar, mede-eigenaar of vruchtgebruiker is. Woningen ondergebracht in een vennootschap kunnen derhalve niet van deze onbeslagbaarheid genieten. Bestuurders van een vennootschap die in persoonlijke naam eigenaar zijn van hun woning, vallen hier wel onder.

De bescherming geldt enkel voor de hoofdverblijfplaats van de zelfstandige. Dit is niet altijd het adres waar de zelfstandige zijn domicilie heeft, maar wel de woning waar de zelfstandige het grootste deel van het jaar verblijft.

De volledige gezinswoning is onbeslagbaar indien de oppervlakte gebruikt voor beroepsdoeleinden minder dan 30% bedraagt van de totale oppervlakte (met inbegrip van alle verdiepingen, alsook het terrein). Indien de oppervlakte voor beroepsdoeleinden meer dan 30% uitmaakt, zal enkel het privé-gedeelte niet vatbaar zijn voor beslag. In dit laatste geval zal een basisakte dienen opgemaakt te worden om de opdeling privé- en beroepsgedeelte te bepalen. Het is dan ook van belang om in de notariële akte nauwgezet te omschrijven welke oppervlakte van de gezinswoning privé of beroepsmatig gebruikt wordt. Zones van de woning die gemengd (privé en beroepsmatig) gebruikt worden, zijn als beroepsmatig gebruikte oppervlakte te beschouwen (met uitzondering van ruimtes die louter als doorgang fungeren).

De bescherming geldt enkel voor schulden die dateren van na de verklaring en uitsluitend betrekking hebben op de beroepsactiviteit van de zelfstandige. Privé-schulden alsook schulden van vóór de verklaring vallen niet onder de bescherming van niet-vatbaarheid voor beslag.

De bescherming tegen inbeslagname blijft bestaan wanneer de zelfstandige zijn activiteiten stopzet om welke reden ook. Ingeval van overlijden van de zelfstandige vervalt de bescherming maar evenwel enkel voor de toekomst. De schuldeisers kunnen derhalve niet de geërfde gezinswoning in beslag nemen bij de erfgenamen van de overleden zelfstandige.

Zolang er geen vaste barema’s werden vastgesteld voor het notariaat, wordt de kostprijs van de erelonen voor de notaris bepaalt op € 500 (exclusief BTW) voor het opstellen van de akte, te vermeerderen met de werkelijke kosten voor de inschrijving (ca. € 500). Indien de verklaring wordt afgelegd door een zelfstandige en diens meewerkende echtgenoot of door twee gehuwde of wettelijk samenwonende zelfstandigen die hun activiteit gezamenlijk uitoefenen in dezelfde vestiging, zijn de voormelde honoraria slechts één maal verschuldigd. Deze kostprijs is niet aftrekbaar als beroepskost door de zelfstandige die de verklaring heeft afgelegd.

De wet voorziet ook uitdrukkelijk dat de verbintenis van een zelfstandige om in de toekomst geen dergelijke verklaring van onbeslagbaarheid af te leggen absoluut nietig is en dus als ongeschreven dient beschouwd te worden. Leveranciers, banken, enz. kunnen derhalve niet contractueel bedingen dat hun klant geen dergelijke verklaring van onbeslagbaarheid mag afleggen.

Ingeval van verkoop van de beschermde gezinswoning is de ontvangen koopsom eveneens niet vatbaar voor beslag op voorwaarde dat deze gelden binnen een termijn van 1 jaar worden wederbelegd in een nieuwe gezinswoning. In het kader hiervan worden de betreffende gelden gedurende deze periode geblokkeerd op de derdenrekening van de notaris waar de zelfstandige de verklaring heeft afgelegd.

Cindy Dhondt
Maart 2015